Utrecht: Inspectie van het Onderwijs, 2018. -
48 p. M et lit. opg.
De Onderwijsinspectie heeft in het rapport ‘Functionele scheiding van bestuur en toezicht in de praktijk’ onderzoek gedaan naar of er sprake is van voldoende controle en evenwicht bij een functionele scheiding van bestuur en intern toezicht in het funderend onderwijs. Als schoolbesturen kiezen voor een functionele scheiding van bestuur en toezicht houdt dit in dat er binnen een bestuur zowel een uitvoerend deel als een toezichthoudend deel is. De Inspectie van het Onderwijs onderzocht hoe de bestuurlijke inrichting eruit ziet bij besturen met een functionele scheiding en of wel voldoende sprake is van interne checks en balances. De Onderwijsinspectie concludeert dat de handelingsruimte van bestuurders soms te beperkt is. Ook moet er gewerkt worden aan de onafhankelijkheid van intern toezichthouders, zodat de controlerende rol van de toezichthouders voldoende tot uiting kan komen. Daarnaast geeft de Onderwijsinspectie aan dat, met name in het primair onderwijs, de wetgeving op de scheiding tussen bestuur en toezicht te veel ruimte biedt. De onderwijsinspectie beveelt aan om zorg te dragen en zodanige verdeling van bevoegdheden dat zowel uitvoerend bestuurders, personen aan wie uitvoerende bestuurstaken zijn verdeeld en interne toezichthouders, over bevoegdheden beschikken die nodig zijn om hun verantwoordelijkheid te kunnen nemen. Ook is het van belang dat sectororganisaties schoolbesturen ondersteunen met kaders waarin wordt aangegeven hoe de onafhankelijkheid van intern toezichthouders het beste gewaarborgd kan worden. Open het document
Geen opmerkingen:
Een reactie posten